Accountantsverklaring 2018

Geachte zorgaanbieders,

De controllers van de deelnemende gemeenten hebben ingestemd met de toepassing van het landelijk controleprotocol voor de jaarrekening 2018. De RDS zal de bestuurs- en accountantsverklaringen voor alle deelnemende gemeenten verzamelen voor de domeinen Jeugd én Wmo. Hierbij wordt uitgegaan van één controleprotocol (zie: ‘Algemeen accountantsprotocol financiële productieverantwoording WMO en Jeugdwet 2018’ ). De volgende uitgangspunten worden hierbij gehanteerd:

  • Per zorgaanbieder wordt een financiële productieverantwoording aangeleverd per domein (Wmo en Jeugd) op totaalniveau met een controleverklaring van de accountant per domein;
    • Per gemeente wordt een financiële verantwoording per domein aangeleverd, waarbij de accountant geen oordeel of controleverklaring afgeeft. Dat gebeurt alleen op totaalniveau;
    • Als door de accountant geconstateerde fouten en onzekerheden niet afdoende zijn gecorrigeerd of toegelicht dan zal dat worden vastgelegd in een rapport van bevindingen;
  • De productieverantwoordingen van Jeugd en Wmo dienen in Excel format aangeleverd te worden t.b.v. een automatische verwerking

 

We volgen de leidraad van het landelijk protocol waar het gaat om de indieningstermijn. Dat houdt in, dat de financiële productieverantwoording over het kalenderjaar 2018 vóór 1 maart 2019 moet zijn ingeleverd bij de RDS en de controleverklaring van de accountant vóór 1 april 2019.

In navolging op voorgaande jaren is de beleidsregel toegepast dat kleine aanbieders met een omzet tot maximaal €50.000 kunnen volstaan met een bestuursverklaring. Indien u hiervan gebruik wilt maken dan verzoeken wij u vóór 1 april 2019 de documenten in te leveren bij de RDS.

Als bijlagen zijn de verantwoordingsdocumenten van de Wmo en Jeugd toegevoegd.

Ik hoop u op deze wijze voldoende te hebben geïnformeerd.

Met vriendelijke groet,

Wolter van Dam
Data-analist sociaal domein

Afdeling Regionale Dienstverlening Sociaal Domein (RDS), gemeente Gouda

 

Indexering tarieven diensten 2019 regio Midden-Holland

In de overeenkomst is opgenomen dat jaarlijks een indexering van de tarieven wordt toegepast.
Voor vaststelling van de tarieven 2019 is de indexatie bepaald op

1,55% voor ambulante hulp (diensten die overwegend bij cliënten thuis geleverd worden)
1,8% voor de overige diensten*.

De nieuwe tarieven zijn hier opgenomen.

Toelichting
Conform de overeenkomst wordt voor de bepaling van de index gebruik gemaakt van
1. de CBS-index Cao-lonen cao sector particuliere bedrijven, sector Q gezondheidszorg en welzijnszorg indexcijfer cao-lonen per maand inclusief bijzondere beloningen (CAO) en
2. de CBS-index consumentenprijzen, indexcijfer jaarmutatie consumentenprijsindex (CPI).

Tijdens de Fysieke Overlegtafels van oktober 2018 is toegelicht dat voor ambulante diensten een percentage van 90% CAO en 10% CPI wordt gehanteerd in verband met het grote aandeel personele kosten in de ambulante dienstverlening. Voor overige diensten wordt een percentage van 50% CAO en 50% CPI toegepast.

Het CBS heeft de volgende indices gepubliceerd

CAO 1,49%
CPI 2,1%

Bronvermelding
https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/dataset/83131NED/table?ts=1542060766316
https://opendata.cbs.nl/statline/#/CBS/nl/navigatieScherm/zoeken?searchKeywords=cao%20sector%20Q%20gezondheids-%20en%20welzijnszorg&page=1

*
(90% x 1,49%) + (10% x 2,1%) = 1,55%
(50% x 1,49%) + (50% x 2,1%) = 1,8%

Werkwijze bij bereiken budgetplafond

Voor een aantal vormen van Jeugdhulp zijn per individuele aanbieder budgetplafonds vastgesteld. Het gaat daarbij om dyslexiezorg (EED), gespecialiseerde GGZ en verblijfszorg (met behandeling).
In bijlage 2 van de deelovereenkomst (DO) wordt aangegeven welke werkwijze van toepassing is m.b.t. het bereiken van het budgetplafond.
Hierbij zetten wij de verschillende aspecten daarvan onder elkaar.

Algemeen
– De hoogte van het budgetplafond wordt vermeld in Bijlage 2A Diensten en tarieven.
– Een aanbieder kan te maken hebben met verschillende budgetplafonds, voor respectievelijk dyslexiezorg (EED), gespecialiseerde GGZ en verblijfszorg (met behandeling). De verschillende budgetplafonds zijn niet onderling substitueerbaar.
– Bij het aannemen van cliënten neemt de aanbieder in overweging of de levering van toegewezen diensten past binnen zijn verwachte jaarproductie in relatie tot het budgetplafond voor betrokken diensten.

Melding bij RDS
– Als de aanbieder voorziet dat hij het budgetplafond gaat overschrijden (op basis van zijn verwachte jaarproductie) meldt hij dat bij de contractmanager.
– N.a.v. de melding hebben contractmanager en aanbieder overleg om te bezien welke oorzaken aan de overproductie ten grondslag liggen. Zij gaan na of en zo ja, welke acties ondernomen kunnen worden om te voorkomen dat het budgetplafond aan het einde van het jaar wordt overschreden.
– De contractmanager maakt met de aanbieder afspraken over de implicaties van de budgetoverschrijding voor de in artikel 33 van de DO genoemde acceptatieplicht.

‘Op rood staan’
– De RDS informeert gemeenten als een aanbieder het budgetplafond heeft bereikt (‘rood staat’).
– Verwijzers worden geïnformeerd via de Zorgkeuzemodule. Daarin wordt aangegeven dat voor informatie over de beschikbaarheid van betrokken diensten contact op moet worden genomen met het sociaal team van de gemeente.
– Aanbieders die een overschrijding van het budgetplafond hebben gemeld, kunnen er vanuit gaan dat voorafgaand aan een toewijzing er een voldoende zorgvuldige afweging door de gemeente heeft plaatsgehad. Dit geldt ook voor de besluiten van de gemeente via de Jeugdbeschermingstafel in het kader van kinderbeschermingsmaatregelen (waar geen beschikking wordt afgegeven).

Bekostiging verleende hulp
– Voor aanbieders die het bereiken van hun budgetplafond hebben gemeld, geldt het afgeven van een toewijzing door een gemeente als voldoende voorwaarde voor de verwerking van de declaratie.
– De productie die door een aanbieder boven het overeengekomen budgetplafond wordt geleverd, wordt niet vergoed als de aanbieder zich niet houdt aan de daarover contractueel vastgelegde afspraken (onder meer artikel 33 van de DO en artikel 3 van Bijlage 2 bij de DO).